Even aan de pols voelen

Hoe bijzonder! Via de pols kun je vaststellen wat jouw constitutie is, maar ook wat jouw onbalans is.

In de eeuwenoude traditie van Ayurveda speelt de pols een grote rol in de diagnose en behandeling van ziekten. Bij een polsdiagnose voelt de practitioner de polsslag op drie verschillende posities aan elke pols. Deze posities corresponderen met de drie dosha’s en hun respectieve eigenschappen. Door de kwaliteit, snelheid, ritme en kracht van de polsslag te observeren, kan de practitioner een duidelijk inzicht krijgen in wat iemand zijn constitutie en onbalans is.

Wat kan een Ayurvedische Polsmeting jou vertellen?

Elke dosha heeft zijn eigen kenmerkende eigenschappen, en deze worden weerspiegeld in de polsslag:

Vata: Een Vata-pols wordt gekenmerkt door een snelle, onregelmatige en soms zwakke polsslag. Dit kan wijzen op droogte, angst of nervositeit.

Pitta: Een Pitta-pols is meestal sterk, ritmisch en enigszins snel. Een overdreven Pitta-pols kan duiden op ontstekingen, hitte of woede.

Kapha: Een Kapha-pols is langzaam, ritmisch en krachtig. Een trage Kapha-pols kan wijzen op verstopping, lethargie of depressie.

Door de pols te voelen, kan een Ayurvedische practitioner jouw constitutie en onbalans bepalen en je zo helpen om de juiste voeding, leefstijl en supplementen te gaan nemen en toepassen.

Voor als je zelf wilt gaan oefenen

Wanneer je de pols meet, doe je dit met drie verschillende vingers; elk van de vingers staat in verband met een van de dosha’s:

  • Wijsvinger: Vata dosha
  • Middelvinger: Pitta dosha
  • Ringvinger: Kapha dosha

Als je je pols wilt lezen, plaats je altijd je wijsvinger aan de duimkant! Over het algemeen meet je bij mannen aan de rechter- en bij vrouwen aan de linkerkant.

Er zijn verschillende methoden om je constitutie (Prakruti) en je onbalans (je Vikruti) vast te stellen. Wat het meest gedaan wordt is om het topje van iedere vinger in drie delen te verdelen: de kant van de duim is de Vata zone, in het midden van de top de Pitta zone en aan de kant van je hart de Kapha zone. 

Bij het vaststellen van de Prakruti en Vikruti tellen we in hoeveel zones van de dosha’s we een pulsatie voelen. Om een Prakruti vast te stellen ga je naar het diepste niveau, dit noemen we de 7e laag. Ga vervolgens met je aandacht naar de Pitta zone onder iedere vinger en voel (of hoor, of zie) onder hoeveel vingers je in die zone pulsatie voelt. Is dat onder iedere vinger, dan is het Pitta 3. Doe vervolgens hetzelfde met de Vata en de Kapha zones. Krijg je bijvoorbeeld Pitta 3, Kapha 2 en Vata 1, dan heeft de persoon een Pitta-Kapha Prakruti!

Het vaststellen van een Vikruti doe je op dezelfde manier, alleen dan op de bovenste laag, wat we het eerste niveau noemen. Als iemand helemaal in balans is, moet de Vikruti gelijk zijn aan de Prakruti. Wanneer je op Vikruti niveau een van de dosha’s sterker voelt in vergelijking met die op Prakruti niveau, dan is deze dosha verhoogd. Zo kan zijn dat je de dosha, bijvoorbeeld Pitta, op Prakruti niveau onder 2 vingers voelt en op Vikruti niveau onder 3 vingers. Dan is de Vikruti dus Pitta 3. Het kan ook zijn dat je Pitta op beide niveaus onder twee vingers voelt, maar op Vikruti niveau sterker. Dan is de Pitta Vikruti Vata 2,5. In beide gevallen is Pitta uit balans.

Om goed te worden in het pols voelen is het belangrijk om vooral veel te oefenen! Dus vind je dit leuk en wil je dit leren, ga dan zoveel mogelijk mensen even aan de pols voelen! 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *